Vroeger waren we dunner

Althans, volgens Annegreet van Bergen in haar boek ‘Gouden Jaren’ [1]. Gouden Jaren beschrijft het leven van pakweg een generatie terug, zo rond de jaren 50. Absoluut leuk om te lezen, ook al ben je pas tegen de eeuwwisseling geboren!

Goed, vroeger waren we dus dunner. Volgens Annegreet komt dat doordat we nu meer ‘grazen’, dwz continu aan het eten zijn. Dat is inderdaad voor de meeste mensen geen gezonde gewoonte (de ’snelle verbranders’ uitgezonderd), want ons systeem moet ook af en toe eens rust krijgen om te kunnen herstellen. Vergelijk het maar met stofzuigen van je huis: hoe meer rotzooi er in de weg staat, des te lastiger wordt het schoonmaken.

We deden qua voeding een generatie terug sowieso een aantal dingen anders:

Gezondere gewoontes

We aten warm tussen de middag, en dat is in het licht van het ‘verbrandingsvuur’ (of Agni, een term uit de Ayurveda) gezonder dan een overvloedige maaltijd ’s avonds. Onze spijsvertering werkt het beste rond het middaguur, dus moeilijk verteerbare zaken zoals vlees kunnen we het beste dán eten.

We aten trouwens aanzienlijk minder vlees dan nu, want de kiloknallers bestonden nog niet en vlees was kostbaar. In die tijd kreeg je een stukje vlees van zo’n 50-70 gram per persoon. We aten trouwens ook niet elke dag vlees maar regelmatig peulvruchten (kapucijners bijvoorbeeld), of een eitje. En op vrijdag vis natuurlijk.

De melkboer kwam met de verse melk aan huis, en dat was waarschijnlijk rauwe melk ipv de doodgemepte melk van nu. Je had glazen flessen met aluminium doppen, zodat je kon zien of het om melk, karnemelk of yoghurt ging. Allemaal gewoon vol en nagenoeg onbewerkt. Melk is zéker niet goed voor elk (en niet nodig voor je calcium), maar rauwe melk(produkten) zijn voor sommige mensen een goede aanvulling op hun voeding.

We aten ook meer groente. In 2014 was de gemiddelde groenteconsumptie per dag 164 gram, in 1950 was dat nog 181 gram (voor de goede orde: dat zou zo’n 400 gram per dag moeten zijn).

Veel van die groente was lokaal en in seizoen. Tegenwoordig is dat ook weer hip, maar nog niet zo lang geleden was alles wat je van vér haalde lekker, en was het de normaalste zaak ter wereld dat je het hele jaar rond aardbeien kon kopen. Dat is overigens nog steeds normaal, maar inmiddels beseffen we wel dat iets wat van duizenden kilometers aangevoerd moet worden en dan nog geruime tijd in de supermarkt ligt, minder vitamines zal bevatten dan iets wat vers van het land komt. Om over smaak nog maar te zwijgen.

Ongezondere gewoontes

Maar we kookten wél onze groentes tot snot. Ik ken veel oudere mensen die nog steeds griezelen van de stinkende spruitjes en de bittere slijmerige andijvie die ze als kind kregen voorgezet.

Dat daarmee alle enzymen eveneens gaan hemelen en ook een aantal vitamines worden vernietigd, was in die tijd waarschijnlijk nog niet tot de massa doorgedrongen.

We aten ook heel veel brood. In het begin was dat het beter verteerbare en gezondere roggebrood, maar naarmate mensen meer te besteden kregen werd het ‘deftig’ wit tarwebrood. Brood was het volksvoedsel; we aten gemiddeld 102,4 kilo brood per persoon in 1951, tegen 58 kilo in 2014. Glutenintolerantie zal er zeker ook toen geweest zijn, maar waarschijnlijk kreeg je te horen dat je een aansteller was als je over buikpijn klaagde.

En dan had je natuurlijk de geprakte Liga met banaan en sinaasappelsap…maar ja, in die tijd hoorde een baby mollig te zijn, want dan kon er zo lekker geknepen worden in de dikke armpjes en beentjes (ja, jeugdtrauma!).

Een gewoonte waar je over zou kunnen discussiëren

Fruit. Tegenwoordig wordt door het Voedingscentrum aanbevolen om minimaal twee stuks fruit per dag te eten. Vroeger was er met name in de winter weinig vers fruit en aten mensen hooguit een appel (goed te bewaren tussen laagjes stro) of ingemaakt fruit. Ik herinner me nog dat mijn vader op een gegeven moment aan de slag ging met de zng ‘Rumtopf’: laagje fruit, laagje suiker en dan aanvullen met brandewijn.

Alleen citrusvruchten werden al relatief snel aangevoerd uit warmere landen, maar kwetsbaar lokaal fruit was pas weer in de zomer verkrijgbaar. En daar is het punt van discussie: onze genen zijn geprogrammeerd om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van de fruitsuikers in fruit. Onze lever zet de fructose uit het fruit meteen om in een vetreserve voor de winter. In de oertijd was de capaciteit om dat te kunnen doen het verschil tussen overleven of verhongeren, maar nu keert het zich toch echt tegen ons. Niet alleen neemt het aantal diabetici schrikbarend toe, maar ook het aantal gevallen van overgewicht: meer dan de helft van de volwassen bevolking heeft momenteel overgewicht [2]. Dat komt natuurlijk niet alléén door de consumptie van fruit (en vruchtensappen), maar als je moet kiezen tussen groente en fruit kun je beter groente eten!

Mijn conclusie? Er is geen ‘goed’ of ‘fout’, maar hooguit een door het tijdsbeeld gedicteerd voedingspatroon. De hypes van nu zijn vergankelijk, wat het ene moment als superfood wordt bestempeld blijkt het jaar erop vergif te zijn en er zijn eigenlijk maar twee dingen die door de jaren heen stand houden: verandering van spijs (doet eten) en gezond verstand. O ja, en minder grazen!

[1] Gouden Jaren – Annegreet van Bergen
ISBN 978 90 450 2354 0

[2] https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/cijfers-context/huidige-situatie#node-overgewicht-volwassenen